Offsetdruk is één van de meest gebruikte druktechnieken.
De techniek is familie van de vlakdruk.
Veel handelsdrukwerk, kranten en tijdschriften worden met offset gedrukt.
De drukvorm bestaat over het algemeen uit een dunne aluminium plaat waar via fotografische
weg een beeld is aangebracht. Om een afdruk te krijgen van deze offsetplaat moet
deze eerst vochtig worden gemaakt. Alle niet-beeld-delen nemen dit vocht aan. Daarna
wordt de vettige inkt aangebracht. Aangezien de natte niet-beeld-delen de inkt afstoten,
wordt deze alleen op de beelddelen aangenomen.
De inkt wordt nu door een rubberdoek van de plaat genomen, en overgezet op het papier.
Tegenwoordig maakt men onderscheid tussen conventionele offset-platen, dat wil zeggen
platen die met behulp van een film door een sterke ultraviolette lamp belicht moeten
worden (plaatkopie), en computer-to-plate (CtP) waarbij de offsetplaat met behulp
van een computergestuurde laserstraal belicht wordt. Niet alleen wordt op de laatste
manier de tijd en arbeid kostende plaatkopie overbodig, ook is de kwaliteit van het
uiteindelijke drukwerk hoger en stabieler.
Offsetdruk laat zich goed gebruiken voor hoge oplagen die snel gedrukt dienen te
worden zoals een dagblad. Veruit de meeste krantenpersen zijn gebaseerd op het offsetprincipe.
Een enkele drukkerij in Engeland gebruikt het flexo-principe (stempelkussenachtig)
maar de daar gebruikte inkten zijn slecht recycleerbaar en daardoor minder geliefd
door de overheid.
Bij een fullcolourproductie (de vierkleurendruk - CMYK - Cyaan, Magenta, Yellow,
blacK) gaat het te bedrukken vel langs vier afzonderlijke drukwerken. Het is natuurlijk
van het grootste belang dat de vier afzonderlijke kleuren precies op elkaar gedrukt
worden. Om dit te garanderen kan hulpapparatuur worden geïnstalleerd.